Bernard de Gomme, Quartermaster-General, Chief Engineer en Surveyor-General in Engelse dienst.
Hier wordt nog gewerkt.

In 1660 voer Sir Bernard de Gomme, een voorouder van mij, in 1645 door koning Charles I benoemd tot kwartiermeester-generaal van alle troepen in Engeland en Wales, weer terug naar Engeland, nu in dienst van de Engelse koning Charles II (Karel II). De Gomme werd in augustus 1660 benoemd tot engineer-general. In die functie was hij verantwoordelijk voor de forten en fortificaties en alle koninklijke paleizen. Die fortificaties lagen vooral aan de kust en vroegen veel aandacht. Ze waren ernstig verwaarloosd. Dat was vooral een probleem omdat de dreiging van oorlog met de Republiek der Verenigde Nederlanden steeds groter werd. Later werd De Gomme ook nog surveyor-general van de Ordnance. Als ingenieur had hij ook in en om Londen veel werk, te beginnen met aanpassingen aan de Tower. Dat was een koninklijk paleis, maar ook het hoofdkantoor van de Ordnance Survey, die niet alleen verantwoordelijk was voor gebouwen en fortificaties, maar ook voor de uitrusting van het leger. De Tower van Londen staat als een citadel aan de rand van het centrum van de stad aan de oevers van de Thames, in De Gommes tijd gescheiden door een werf, nu alleen nog maar de naam van een stuk straat. De kantoren van de Ordnance Survey waren in de White Tower, de donjon die gebouwd werd door Willem de Veroveraar en in 1240 werd witgeschilderd. Er werden wapens en munitie en buskruit opgeslagen en zelfs, tot ver in de 19e eeuw, wapens gefabriceerd. Ook waren er appartementen voor functionarissen van de Ordnance Survey. En je kon er, op de hoogste verdieping, tot 1747 gemarteld en onthoofd worden.

Pistool, gefabriceerd in de Tower, 1840.
Na de Restauratie (het herstel van het koningschap in 1660 onder Charles II) werd de Office of Ordnance gereorganiseerd: er kwamen barakken en opslagplaatsen bij. En er werden nieuwe kantoren en verblijfsruimten voor de belangrijkste officials gecreëerd. Dit alles gebeurde vooral aan de noordkant van de Witte Toren en op de werf. Hoofdingenieur De Gomme zag toe op deze verbouwingen. Soms weten we van zijn bemoeienis door ondertekende documenten, vaker moet dat op basis van zijn functie als chief engineer verondersteld worden. Op 17 januari gaf de koning opdracht voor de bouw van een magazijn voor de opslag van wapens en voorraden. Het gebouw, nu bekend als de New Armouries, kwam aan de oostkant. We weten niet precies, wat de bijdrage van De Gomme aan dit gebouw was. Daarna werd het paleis naar het westen uitgebreid, toen bekend als Coldharbour. In de White Tower was het buskruit opgeslagen. Gebouwen die direct naast de opslag stonden, werden als riskant gezien. Vanaf de werf, zo was het plan, moest een veiliger doorgang naar de opslag worden gerealiseerd. Maar veel plannen moesten wachten op uitvoering: andere projecten gingen blijkbaar voor.
De New Armouries binnen de Tower. 1663-1664. Wellicht (deels) ontworpen door De Gomme.

Op zondag 2 september 1666 brak kort na middernacht brand uit in een bakkerij in de Pudding Lane, hartje Londen, binnen de oude Romeinse muren. Vier dagen later, op donderdag, was het grootste deel van de binnenstad compleet in de as gelegd. Het vuur bereikte net niet de Tower. Was dat wel gebeurd, dan waren de gevolgen niet te overzien geweest: het was immers ook de opslag voor buskruit. De Gomme wist ongetwijfeld buitengewoon goed wat zo’n buskruitramp voor gevolgen had: hij bevond zich in de Republiek toen, op 12 oktober 1654 (Gregoriaanse kalender), een groot deel van de binnenstad van Delft werd verwoest bij de ‘Delftse Donderslag’.

The Great Fire of London, september 1666. Rechts de Tower.
Toen de brand uitbrak, was De Gomme bezig in Plymouth met het toezicht op de bouw van de door hem ontworpen Citadel van Plymouth, nog steeds in gebruik en nog steeds met een militaire functie. Dat ging voor alles: de Republiek dreigde Engeland aan te vallen, versterkingen waren hard nodig. In oktober keerde hij terug naar Londen. Een maand later, op 15 november gaf de koning de opdracht om de huizen bij de Tower af te breken, alle (brandgevaarlijke) schoorstenen te slopen en een nieuwe opening in de kasteelmuren te maken van de werf naar de Coldharbour zodat het buskruit veilig naar binnen kon worden getransporteerd. Ook moest er een brug over de slotgracht worden gemaakt. Alle moest uitgevoerd worden volgens de ontwerpen van De Gomme.
In dezelfde maand kwamen de Ordnance Officers met het idee om de verdedigingswerken van de Tower aan te passen. Tussen 20 en 24 november 1666 maakte De Gomme een ontwerp. Het behelsde de versterking van de westelijke toegang met een groot ravelijn of een vrijstaand bastion, met locaties voor kanonnen en een veel bredere slotgracht, plus nog ingrijpendere aanpassingen aan bestaande gebouwen, waarvoor ook weer gesloopt moest worden. Zijn plannen bleven grotendeels plannen, enkele uitwerkingen werden jaren later doorgevoerd.
In 1667 klaagde de koning over het aanzicht van de Tower, nu de aanpalende huizen waren gesloopt. Ook de gracht stelde in zijn ogen niet veel voor. Hij eiste van de Ordnance Officers, dat eindelijk met de plannen van De Gomme werd begonnen. In dezelfde maand april begon De Gomme met behulp van een in de gracht gelegde boot en twee arbeiders te onderzoeken wat er moest gebeuren. Andere, soms vergaande plannen voor militair noodzakelijke moderniseringen bleven op de plank liggen: de werken aan de kustverdediging hadden nog steeds prioriteit. Enkele jaren later werden kleine aanpassingen wel uitgevoerd, zoals de sloop van het oude bolwerk op Tower Hill.
De Gomme, Niet uitgevoerd ontwerp voor versterking Tower. November, 1666. Royal Armouries.

In maart, april en mei 1667 is De Gomme druk bezig in Harwich en Plymouth aan de versterkingen van die havensteden. In juni vaart een enorme Hollandse vloot onder leiding van Michiel de Ruyter de Medway op. Het nog in aanbouw zijnde fort Sheerness, naar een ontwerp van De Gomme, wordt zonder veel tegenstand veroverd. In Chatham wordt een groot deel van de Engelse vloot vernietigd of buitgemaakt.
In 1668 zijn de werkzaamheden aan de Tower nog aan de gang, volgens de plannen van De Gomme, waarop Charles enkele verbeteringen aanbrengt: de huizen zijn gesloopt, maar de slotgracht moet nog steeds een stuk breder, en om de werf aan de Thames moeten hekken komen, de ijzeren poort moet goed vastgezet worden, dat soort zaken.
In 1679 werd het zeer onrustig in de stad: de dreigende troonopvolging van Charles door zijn katholieke broer James leidde tot de Exclusion Crisis. Een deel van het parlement wilde uitsluiten, dat een katholiek koning werd. Dat wettelijk regelen lukte niet. Het parlement viel uiteen in twee partijen, de Tories (tegen de uitsluiting) en de Whigs. Charles vreesde weer een burgeroorlog. De Tower moest daarom als fort gemoderniseerd worden, zodat het een belegering kon doorstaan. Een deel van die werken, bedacht door De Gomme of onder zijn toezicht, werd uitgevoerd. James werd wel koning, maar werd in 1688 door de Hollandse stadhouder Willem II en zijn vrouw Mary van de troon gestoten: de Glorious Revolution.

Eerder was er een poging gedaan om Charles’ oudste zoon te ‘ontbastaarden’. Die was op 9 april 1649 in Rotterdam geboren. Moeder Lucy Walter, gek op affaires met vooraanstaande mannen, had Charles in Den Haag weten te versieren, toen hij op bezoek was bij zijn zus. In 1657 had Charles zijn zoontje in Parijs laten kidnappen, toen moeder Lucy vader Charles was gaan chanteren. Het jaar daarna, op haar doodsbed, zou ze de latere bisschop van Durham hebben verteld, dat ze officieel met Charles in het huwelijk was getreden. Het zwarte kistje met bewijsstukken raakte echter kwijt. Na de Restauratie gaf Charles zijn zoon de titel van Hertog van Monmouth. In 1678 ontkende Charles ooit met Lucy getrouwd te zijn geweest. In 1685 had hij geen erkende erfgenamen, broer James werd koning. De Hertog van Monmouth verzamelde een legertje om zijn oom van de troon te stoten. Dat liep op niks uit. Op 15 juli 1685 werd hij vanwege hoogverraad op Tower Hill onthoofd. In 1701 werd de Act of Settlement aangenomen: katholieken konden geen koning meer worden. Afbeelding: Sir Peter Lely, Lucy Walter.
De Exclusion Crisis leidde tot grote spanningen in Londen. Oudere plannen van De Gomme om de Tower te versterken, kwamen nu in uitvoering. Sir Jonas Moore jr. had in 1679 zijn vader opgevolgd als surveyor-general van de Ordnance Office. De Gomme werd benoemd tot zijn assistent omdat junior volkomen incapabel was. De Gomme deed de bulk van het werk. Er veranderde dan ook weinig aan zijn takenpakket, toen De Gomme uiteindelijk zelf surveyor-general werd. Moore was in juli 1682 om het leven gekomen na een val van zijn paard.
In 1683 werd er nog steeds aan het versterken van de Tower gewerkt De barakken binnen de Tower werden aangepast, De Devlin toren en andere torens kregen platforms voor kanonnen. De Brass Mount kreeg twee kanonsgaten, en Legge’s Mount werd herbouwd. Het is niet helemaal zeker, of alle ontwerpen van de hand van De Gomme zijn, maar het kan gezien de verschijningsvorm en handtekeningen van hem onder officiële stukken bijna niet anders. Legge’s Mount ziet er nog grotendeels uit als na de verbouwing van 1683. Er gebeurde meer. De bestrating vanuit de Tower naar de Thames Street werd aangepakt, reparaties aan de huizen voor de bewakers uitgevoerd, de waterafvoer van de Witte Toren gerepareerd.
In die jaren had De Gomme het razend druk. Op 6 maart 1645 had Charles I hem benoemd tot quartermaster-general van alle troepen in Engeland en Wales. Die benoeming werd door Charles II in Breda op 15 juni 1649 bevestigd. Die functie behelsde onder andere de huisvesting en bevoorrading van alle soldaten. In 1660 is hij ook Chief Engineer. Hij was daardoor verantwoordelijk voor de bouw en het onderhoud van alle fortificaties en koninklijke kastelen.
Een kleine impressie. In januari 1680 bekeek hij wat er nog over was in Gravesend en Tilbury. Hij huurde toen arbeiders in om de kanonniers te helpen met nieuwe affuiten voor de kanonnen. Hij kon tegelijkertijd in zijn functie als Chief Engineer de forten inspecteren, en bezocht daarvoor in diezelfde maand fort Sheerness. Begin februari was hij terug in Tilbury om nieuwe opslagruimtes te ontwerpen. De maand daarop controleerde hij er die ruimtes en gaf hij een lokale aannemer de opdracht om de borstwering en muur te vernieuwen. In mei en juni inspecteerde hij de voorraden in Portsmouth. Vervolgens reisde hij naar de Kanaaleilanden om voorraden en fortificaties te inspecteren. Een paar dagen later bracht hij verslag uit aan de Raad van State (Privvy Council) op Windsor Castle. Hij bezocht daarna de kruitfabrieken in Chilworth en Weybridge om kruit- en salpetervoorraden te inspecteren.

Voormalige kruitfabriek in Chilworth.
De week erna was hij aanwezig bij een vergadering van het Tangercomité, met daarin onder andere Samuel Pepys. Later in die maand was hij betrokken bij opmetingen van de Thames en de Medway. In juli was hij weer in Sheerness en Tilbury voor opmetingen ten behoeve van de platforms voor kanonnen. Aan het eind van de maand inspecteerde hij de conditie van de fortficaties in Portsmouth. Op 1 augustus bracht hij daarover verslag uit bij de koning in Windsor. In september zocht hij duizenden sparren uit voor het maken van palisades in Tanger. In oktober was hij twee weken in Portsmouth om alle werkzaamheden van de aannemers (de gebroeders Fitch) te controleren.
Hij had ook andere werkzaamheden naast deze taken als Ordnance-Surveyor en Chief Engineer. In september 1684 ging hij, bij voorbeeld, samen met Lord Dartmouth als kwartiermeester de voorraden inspecteren die de Hertog van York had moeten aanleggen, en het kamp voor cavalerie en infanterie te Blackheath, waar grote delen van het Engelse leger waren gehuisvest. Het was niet in orde. De Ordnance was verantwoordelijk voor onder andere de voorraden munitie en wapens. In maart 1682 had hij de bouw van het Ordnance-jacht Katherine in Deptford overzien. Vandaar reisde hij naar Woolwich waar hij plannen maakte voor de opdeling van het Arsenaal aldaar: de voorraden van de Ordnaance in de Tower zouden erheen verplaatst worden. In 1681 bekeek hij bouwfouten in de muur van het Observatorium in Greenwich en maakte hij een begroting voor het herstel. In mei 1682 overzag hij de reparaties van de kapel van God’s House (een deel van de fortificaties) in Portsmouth, en met name het houtsnijwerk in de zetels van de koning en de gouverneur.
Portsmouth, God’s House met toren (2021). Het is nu een cultureel centrum.

Bovendien vergaderden de Ordnance-officieren twee keer per week. Was hij in Londen, dan was De Gomme daarbij aanwezig. Negen dagen voor zijn dood bezocht hij voor het laatst de vergadering. Vlak voor zijn dood in 1685 correspondeerde hij nog met Lord Dartmouth over de opstelling van kanonnen en het toezicht op de sluizen.

Legge’s Mount, Tower van Londen.

Legge’s Mount, reconstructie situatie 1683 (Saunders, 2004)
De laatste jaren van zijn leven woonde De Gomme in een 13-kamer appartement in de Tower. Of hij al in de Tower woonde toen hij nog assistent was van Sir Jonas Moore Sr. en Sir Jonas Moore Jr., is niet bekend. Zijn tweede vrouw, Katherina Lucas, overleed er in oktober 1685. De Gomme overleed de maand erop, op 23 november 1685. Beiden werden in de kapel van de Tower begraven. Er is geen grafmonument bewaard gebleven.

Bericht uit Londen, 4 december 1685. Oprechte Haerlemsche Courant, 11-12-1685. De Gomme haalde ook de krant op 15 december 1674. Bericht werd, dat hij en Sir Jonas More op 4 december de opdracht hadden gekregen. de pier van Dover te bezichtigen vanwege noodzakelijke reparaties. Ik denk niet, dat men besefte, dat De Gomme een Nederlander was.
Windsor Castle, Greenwich en Woolwich.
De Gomme was als chief engineer niet alleen verantwoordelijk voor de fortificaties, maar ook voor de koninklijke kastelen. Daartoe behoorde de Tower, maar natuurlijk ook Windsor Castle. Dat kasteel was tegelijkertijd een zwaar verdedigd fort. Prins Rupert (dankzij wie de Gomme in Engeland was beland) werd in 1668 de beheerder ervan. Hij liet de Ronde Toren uit de Normandische tijd verbouwen tot zijn verblijf. De verdedigingswerken werden versterkt. Op 27 oktober werd De Gomme belast met het toezicht op deze werken. In juni 1670 keerde hij weer terug met Jonas Moore vanwege de werkzaamheden aan de versterkingswerken. Met Charles II bekeek hij in september de voortgang van de bouw. In de zomer van 1671 was De Gomme enkele dagen per maand aanwezig ‘vanwege de fortificaties’. In januari 1672 kwam hij weer langs. Tien jaar later op 18 en 19 mei 1682, nu als assistent Surveyor-General van de Ordnance, overlegde hij met andere belangrijke officieren in de Koninklijke Raad over het kasteel, en ook in 1684 was hij in overleg over de reparatie van Cary’s Tower en met plannen voor een ophaalbrug en verblijven.
Windsor Castle vanaf de Theems, Jacob Vorsterman, 1690. National Maritime Museum, USA.

Het observatorium in Greenwich viel direct onder de Ordnance Office. Het stond op de heuvel boven het voormalige paleis daar. In 1669 werd er een opslagplaats voor kanonnen gebouwd. Ook kwam er een vuurwerklaboratorium voor de Ordnance. In 1681 bekeek De Gomme problemen in de muur van het observatorium. In 1683 liet hij de oude wapenopslagplaats verbouwen tot het laboratorium en de woning voor ene Ernest Heinrich de Rüys: de tekening van zijn hand is bewaard. Toen hij vlak voor zijn dood Greenwich bezocht, was het laboratorium nog niet klaar.

De Octagon Room in Greenwich, naar een ontwerp van Sir Christopher Wren (1676). We zien astronoom John Flamsteed met twee assistenten. De tekening is van Francis Place, bedoeld voor een boek van Flamsteed in een editie van Edmond Halley. Flamsteed liet de meeste exemplaren vernietigen.
In Woolwich was een belangrijk arsenaal (nog zonder eigen voetbalclub). De Tweede Engelse Oorlog maakte het belang ervan duidelijk: niet ver van Londen, niet ver van de Noordzee. In juni 1667 liet Prins Rupert het arsenaal beveiligen door een batterij van zestig kanonnen. In 1670 ging De Gomme op zoek naar een betere plaats voor die batterij, nog iets verder stroomafwaarts van de Theems. Het situatie van Woolwich was verre van ideaal. In 1680 kwam De Gomme met verbeteringen, in 1682 kwam hij met een herinrichtingsplan voor Tower Place. Er kwam een nieuw verblijf voor de ‘master gunner’ en twaalf verblijven voor de kanonniers. Ook zorgde hij voor een opslagplaats voor salpeter, geïmporteerd door de East India Company.
Tower Place, Woolwich, met de Toren en de Koninklijke Militaire Academie, ca.1775.

De Gomme als architect.
Anders dan in Engeland, kon je in de Republiek een opleiding volgen tot architect. Maar De Gomme had die opleiding niet gevolgd. Architect zijn hoorde echter wel tot zijn taakomschrijving. Hij was dus niet alleen een constructeur, maar moest ook ontwerpen, de gebouwen met hun buitenkant. Nederlandse forten uit die tijd waren alleen maar functioneel, maar in Engeland moesten ze ook koninklijke grandeur uitstralen. Dat moest dan wel ‘kosteneffectief’, dus kwamen er standaardontwerpen voor de verschillende soorten gebouwen: de Ordnance stijl. De poortgebouwen van de forten, ontworpen door De Gomme, zagen er Hollands uit, waren deels gebaseerd op Vlaamse patroonboeken en niet op het Italiaans classicisme, in de mode toen.

Thomas Phillips, ‘Charls Forte’ Gosport in 1678. Het fort was ontworpen door Bernard de Gomme.
Hij ontwierp ook rechttoe-rechtaan barakken, speciaal ontworpen voor soldaten. Dat was nieuw in Engeland, maar De Gomme tekende ze in 1651 in Staatse dienst in de forten Frederik Hendrik en Blaugaret in de buurt van Lillo: in de Republiek bestonden ze al enige tijd.
Bernard de Gomme, forten Frederik Hendrik (links op de kaart) en Blaugaret (rechts). 1651? British Library. In de forten: rijen barakken voor de soldaten.

Detail.


Kopenhagen, de citadel (‘Kastellet’). De Nederlandse vestingbouwer Henrick Ruse herstelde en vergrootte de citadel tussen 1662 en 1664. De oorspronkelijke soldatenbarakken staan er nog, zeer veranderd en verbouwd tot pakhuis.
De Gomme introduceerde nog een innovatie uit Nederland: de waterdichte waterkelder. Dakwater werd via de goten opgevangen in een ondergrondse wateropvang, waterdicht gemaakt met behulp van mortel waarin tras gemengd was: fijngemalen tufsteen, geïmporteerd uit de Eiffel en vooral Andernach aan de Rijn. Ook het opslaan van buskruit in een aparte toren was in de Republiek gebruikelijk, maar in Engeland een innovatie. Die pulvertorens stonden in ons land vaak in de binnenstad, en vlogen nogal eens in de lucht, zoals in Delft, maar ook onder andere in Bredevoort en Heusden.
De koninklijke Citadel van Plymouth.
Bernard de Gomme, Ontwerp voor de Citadel van Plymouth. 1666. Royal Museums Greenwich.

Plymouth Hoe in 1643. http://www.polyolbion.org.uk/Fortifications/Plymouth/PlymouthCitadel.html

Op 17 november 1665 krijgt De Gomme van de koning opdracht voor het ontwerp en de bouw van een citadel de Hoe van Plymouth. Er moest, zo luidde de opdracht, begonnen worden met drie bastions. De goedkoopste aannemer moest de opdracht krijgen. De Gomme diende het contract te beoordelen. Cadeautjes van aannemers mochten niet worden geaccepteerd; kortingen mochten niet worden gegeven. Particuliere gronden konden worden aangekocht. De Graaf van Bath (John Granville) of zijn vervanger diende alles uit te betalen. Elke rekening moest zijn gesigneerd door De Gomme. Een half jaar later, in juli 1666, is De Gomme in Plymouth druk aan het werk, schrijft John Granville aan de koning. Begin september vloog Londen in brand. De Gomme keerde terug naar Londen: oude plannen van De Gomme voor de Tower gingen voor. In dat jaar overleed ook zijn vrouw in Middelburg.
Eind mei 1667 is hij terug in Plymouth en hard aan het werk aan de fortificaties. Samuel Pepys krijgt te horen, dat er veel geld beschikbaar is en veel werklieden aan het werk zijn. Een paar dagen later vertrekt een Nederlandse vloot onder leiding van Michiel de Ruyter richting Chatham. De Gomme keerde terug naar Londen: andere werkzaamheden gingen voor. Een volgende melding van De Gommes aanwezigheid in Plymouth komt half juni 1669. Hij is intussen enkele maanden weg geweest naar Zeeland en gehuwd met Katherina Lucas. De laatste maanden van 1668 was hij druk met werkzaamheden in Portsmouth, Landguard en Harwich. Maar op 18 juni het jaar daarop ziet hij weer toe op de laatste werkzaamheden aan de Citadel in Plymouth. Hij nam daarvoor enkele honderden werklieden aan. In september 1671 kregen aannemers de opdracht voor de bouw van een kruittoren, een groot magazijn, soldatenbarakken en een pier aan de zuidzijde.

De Citadel van Plymouth. http://www.polyolbion.org.uk/Fortifications/Plymouth/PlymouthCitadel.html
De citadel van Plymouth was vooral bedoeld, als belangrijkste verdediging tegen de Nederlanders, en later andere vijanden. Ironisch genoeg was het de eerste verovering van stadhouder Willem III bij zijn invasie in 1688 (de Glorious Revolution). De Citadel is nog steeds in militair gebruik. Het wordt gezien als het indrukwekkendste fort in Engeland uit de 17e eeuw.
Bernard de Gomme, citadel van Plymouth, 1670.


Bernard de Gomme, Governors House in de citadel van Plymoth (achter het kanon). De citadel is nog steeds in militair gebruik.
Bernard de Gomme, Ontwerp voor de Citadel van Plymouth. 1672. Royal Museums Greenwich.
